ECLI:NL:HR:2006:AW3583

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 juni 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01803/05
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep zonder nadere motivering

Op 20 juni 2006 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 25 maart 2005. Het beroep was ingesteld door verdachte en werd ondersteund door zijn raadsman, mr. W.J.E. Hendriks. De Advocaat-Generaal Vellinga had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad nam kennis van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal. De middelen van cassatie konden echter niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad oordeelde dat er ook geen ambtshalve gronden waren om het bestreden arrest te vernietigen. Daarom werd het beroep verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, en uitgesproken op 20 juni 2006.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.

Uitspraak

20 juni 2006
Strafkamer
nr. 01803/05
AG/AM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 25 maart 2005, nummer 21/006105-03, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. W.J.E. Hendriks, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 20 juni 2006.