ECLI:NL:PHR:2006:AW3583
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor valsheid in geschrift door gedeputeerde provincie Gelderland
De verdachte, voormalig gedeputeerde van de provincie Gelderland, werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens valsheid in geschrift. Hij had een brief ondertekend gericht aan de ABN AMRO bank waarin stond dat het College van Gedeputeerde Staten een overeenkomst met een BV had geaccordeerd, terwijl dit niet het geval was.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte als ambtenaar zichzelf niet hoefde aan te geven en dat de cautie niet was gegeven bij de aangifte. Het hof verwierp dit verweer omdat de aangifte niet als verhoor in de zin van art. 29 Sv Pro werd gezien. Ook werd betoogd dat de brief niet als bewijs van enig feit diende, omdat de bank al op de hoogte was, maar het hof oordeelde dat de brief wel degelijk betekenis had in het maatschappelijk verkeer als bewijsstuk.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO Pro. De strafrechtelijke kwalificatie en de bewijswaardering werden niet onbegrijpelijk geacht. De verdachte kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf opgelegd door het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor valsheid in geschrift blijft in stand.