ECLI:NL:HR:2006:AW3634
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewezenverklaring vuurwapenbezit wegens onvoldoende motivering
In deze strafzaak stond de bewezenverklaring centraal dat verdachte op 11 juli 2003 in Rotterdam een vuurwapen van categorie III en bijbehorende munitie voorhanden had gehad. Het hof had vastgesteld dat verdachte op die datum aanwezig was op de locatie waar een huls werd aangetroffen die zeer waarschijnlijk uit hetzelfde wapen afkomstig was als dat waarmee op 11 augustus 2003 was geschoten.
De verdediging voerde aan dat verdachte op 11 juli 2003 niet over het vuurwapen beschikte, wat niet werd weerlegd door de bewijsmiddelen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de mogelijkheid dat een ander het vuurwapen op 11 juli 2003 had, onterecht openliet. Hierdoor ontbrak het aan een deugdelijke motivering van de bewezenverklaring, hetgeen niet voldoet aan de wettelijke eisen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat betrekking had op deze bewezenverklaring en de strafoplegging in zoverre, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. De overige onderdelen van het arrest werden verworpen. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 13 juni 2006.
Uitkomst: De bewezenverklaring van vuurwapenbezit op 11 juli 2003 is vernietigd en de zaak is terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.