ECLI:NL:HR:2006:AW4397
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in strafzaak door Hoge Raad
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 10 maart 2005 in een strafzaak. Het cassatieberoep werd behandeld door de Hoge Raad der Nederlanden op 13 juni 2006. Namens de verdachte trad mr. V. Kraal op als advocaat.
De Advocaat-Generaal Vellinga concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad vond ook geen aanleiding om ambtshalve het bestreden arrest te vernietigen. Daarom werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het Gerechtshof ongewijzigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.