ECLI:NL:PHR:2006:AW4397
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt moord en poging tot doodslag met voorbedachte rade
Op 6 december 2003 heeft de verdachte in Amsterdam met een pistool op zeer korte afstand het slachtoffer 1 door het hoofd geschoten, waarbij het slachtoffer is overleden. Tevens werd slachtoffer 2 door hetzelfde schot in het hoofd geraakt, wat het hof kwalificeerde als poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet.
Het hof oordeelde dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat ook slachtoffer 2 door het schot getroffen zou worden, gezien de positie van de slachtoffers aan weerszijden van een taxi. De verdachte werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf en onttrekking aan het verkeer van het vuurwapen.
De verdachte stelde cassatieberoep in met twee middelen: het ontbreken van voldoende motivering voor de voorbedachte rade en het ontbreken van bewijs voor het voorwaardelijk opzet op de dood van slachtoffer 2. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de bewezenverklaring en strafoplegging rechtens toelaatbaar zijn.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot vijftien jaar gevangenisstraf voor moord en poging tot doodslag met voorbedachte rade.