ECLI:NL:HR:2006:AW6737
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen XTC-productie en vermindert straf wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van het voorbereiden en aanwezig hebben van stoffen bestemd voor de productie van MDMA (XTC) in een woning te Rotterdam. Het bewijs bestond uit verklaringen van een getuige, de verdachte zelf en de vondst van grote hoeveelheden chemische stoffen en apparatuur in een schuur die aan de verdachte toebehoorde.
De getuige verklaarde aanvankelijk belastende feiten, maar kwam later deels terug op zijn verklaring en gaf toe de verdachte onterecht te hebben genoemd. Het hof verwierp dit verweer en achtte het onwaarschijnlijk dat de verdachte niet op de hoogte was van de XTC-productie gezien de omvang van de aangetroffen materialen en de contacten met de getuige.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof de verklaringen van de getuige tot bewijs mocht gebruiken omdat deze niet het enige bewijsmiddel waren. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, wat leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf tot 228 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot 228 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn, overige veroordeling bleef in stand.