ECLI:NL:PHR:2006:AZ0690
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik verklaring slachtoffer bij medeplegen gijzeling ondanks ontbreken ondervraging
De zaak betreft een veroordeling van verdachte wegens medeplegen van gijzeling, waarbij het bewijs mede rust op een verklaring van het slachtoffer die niet door de verdediging is ondervraagd. Het slachtoffer werd op 26 april 2004 door een groep vastgehouden en gedwongen geld te innen van zijn broer. Diverse verklaringen, afgeluisterde telefoongesprekken en getuigenverklaringen ondersteunen de betrokkenheid van verdachte.
De verdediging voerde aan dat de verklaring van het slachtoffer niet tot bewijs mocht worden gebruikt omdat de verdediging deze getuige niet heeft kunnen ondervragen en er onvoldoende steunbewijs zou zijn. Het hof verwierp dit verweer en achtte de verklaring betrouwbaar vanwege de steun in andere bewijsmiddelen.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en overweegt dat het gebruik van een ambtsedig proces-verbaal met een niet-ondervraagde verklaring niet in strijd is met art. 6 EVRM Pro indien er voldoende steunbewijs is dat betrekking heeft op de betwiste onderdelen. De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt de veroordeling tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vier voorwaardelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van gijzeling en verwerpt het cassatiemiddel.