ECLI:NL:HR:2006:AX1662
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt toepassing gewijzigde strafbepaling op feiten vóór inwerkingtreding
De zaak betreft een cassatie in het belang der wet tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin een verdachte werd veroordeeld voor zedenmisdrijven gepleegd tussen 1991 en 2004. Het hof had toepassing gegeven aan artikel 14a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht zoals gewijzigd per 1 februari 2006, terwijl de feiten vóór die datum waren gepleegd.
De Hoge Raad oordeelt dat de Wet herijking strafmaxima, die deze wijziging bewerkstelligde, geen overgangsbepaling bevat die toepassing van de nieuwe regeling op oudere feiten toestaat. Uit de wetsgeschiedenis blijkt bovendien geen sprake te zijn van een verandering in de wetgeving in de zin van artikel 1, tweede lid, Sr, die een andere uitleg zou rechtvaardigen.
Daarom heeft het hof ten onrechte de gewijzigde strafbepaling toegepast. De Hoge Raad vernietigt het arrest en beslist dat de oude regeling van toepassing is. Deze beslissing brengt geen nadeel toe aan de rechten van de verdachte. Het arrest is gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad op 13 juni 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onjuiste toepassing van de gewijzigde strafbepaling op feiten vóór de wijzigingsdatum.