ECLI:NL:HR:2011:BO6486
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens strijd met art. 14a Sr en wijst zaak terug
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 46 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De zaak betrof meerdere misdrijven gepleegd tussen november 2004 en januari 2005.
De Hoge Raad oordeelde ambtshalve dat de opgelegde strafoplegging in strijd was met artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze gold tot 1 februari 2006. Dit artikel regelt de voorwaarden en beperkingen omtrent de strafoplegging, en de Hoge Raad verwees daarbij naar een eerdere uitspraak (HR LJN AX1662) die een vergelijkbare situatie betrof.
Omdat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden, maar de strafoplegging wel onrechtmatig was, vernietigde de Hoge Raad het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging. De zaak werd terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam om de straf opnieuw te bepalen binnen de juiste wettelijke kaders. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de Hoge Raad, A.J.A. van Dorst, samen met raadsheren Splinter-van Kan en Groos, op 1 februari 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens strijd met art. 14a Sr en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.