ECLI:NL:HR:2006:AX6248
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Geldigheid van herstelexploot met nietigheidsgebrek en herstel buiten termijn
In deze cassatieprocedure stond centraal de vraag of een herstelexploot dat tijdig is uitgebracht maar een nietigheidsgebrek bevat, en dat vervolgens buiten de wettelijke termijn van twee weken na de oorspronkelijke roldatum is hersteld met een exploot als bedoeld in art. 121 lid 2 Rv Pro., als een geldig herstelexploot in de zin van art. 125 lid 4 Rv Pro. kan worden beschouwd.
De zaak betrof een geschil tussen eiser en verweerder over vorderingen die door eiser waren ingesteld. Na afwijzing van de vorderingen door de rechtbank stelde eiser hoger beroep in, waarbij verweerder niet verscheen. Het gerechtshof weigerde verstek en verklaarde de procedure beëindigd, omdat het herstelexploot niet de woonplaats van verweerder vermeldde en het herstelexploot buiten de termijn was uitgebracht.
De Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. De Hoge Raad benadrukte dat het niet vermelden van de woonplaats een nietigheidsgebrek is dat hersteld kan worden, ook buiten de termijn, mits het herstelexploot tijdig is uitgebracht. Dit oordeel sluit aan bij eerdere jurisprudentie en de memorie van toelichting bij art. 125 Rv Pro., waarin het behoud van aanhangigheid bij administratieve fouten wordt gewaarborgd.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door het herstelexploot niet als geldig te erkennen. Hierdoor werd ten onrechte verstek geweigerd en de procedure beëindigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug, oordelend dat het herstelexploot ondanks het nietigheidsgebrek geldig is.