ECLI:NL:HR:2006:AX6409
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken juiste aantekening vonnis kantonrechter
In deze zaak heeft de kantonrechter een verdachte veroordeeld voor een overtreding van een voorschrift uit de Algemene Politieverordening voor 's-Gravenhage 1982. Het vonnis werd echter niet op de wettelijk voorgeschreven wijze aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting. Volgens artikel 395a, vierde lid, oud Strafvordering, dient een vonnis van de kantonrechter, indien binnen drie maanden na uitspraak een gewoon rechtsmiddel wordt ingesteld, op een specifieke wijze te worden aangetekend.
De Hoge Raad constateerde dat de kantonrechter niet volstond met een juiste aantekening, maar slechts een zogenaamde stempelvonnis had gebruikt. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of de in artikel 80, tweede lid, van het Wetboek van Rechtsvordering bedoelde vormen waren nageleefd. Dit vormverzuim leidt tot vernietiging van het vonnis.
De zaak wordt daarom terugverwezen naar de Rechtbank te 's-Gravenhage, sector kanton, voor een nieuwe berechting en afdoening op de bestaande dagvaarding. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van de verdachte toe en vernietigt het bestreden vonnis.
Uitkomst: Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.