Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2006:AX9130

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
41203
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • L. Monné
  • P.J. van Amersfoort
  • C.J.J. van Maanen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 lid 1 PachtwetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing waardedruk door pachtovereenkomst bij overdrachtsbelasting

Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd voor de verkrijging van landbouwgrond. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.

De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat er geen schriftelijke pachtovereenkomst tot stand is gekomen, noch een pachtovereenkomst die op grond van de Pachtwet schriftelijk vastgelegd had moeten worden. Het Hof heeft deze feiten op een begrijpelijke wijze uitgelegd en geen onjuiste rechtsopvatting gehanteerd.

Daarom was er geen aanleiding om waardedruk als gevolg van een pachtovereenkomst mee te wegen bij de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting. De klachten van belanghebbende konden geen cassatie leiden, en de Hoge Raad wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het oordeel van het Hof dat geen waardedruk door pachtovereenkomst aanwezig is.

Uitspraak

Nr. 41.203
23 juni 2006
Za
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 juli 2004, nr. 03/02076, betreffende na te melden naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting.
1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is ter zake van de verkrijging van enkele percelen landbouwgrond een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag ten bedrage van € 6514.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. Voorzover de klachten zich richten tegen onderdeel 6.2.1 van 's Hofs uitspraak, kunnen zij niet tot cassatie leiden. Het aldaar door het Hof overwogene moet aldus worden verstaan dat naar zijn oordeel geen schriftelijke pachtovereenkomst tot stand is gekomen, en evenmin een pachtovereenkomst die nog niet schriftelijk is aangegaan, maar waarvan op grond van artikel 11, lid 1, van de Pachtwet schriftelijke vastlegging zou kunnen worden gevorderd. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en berust voor het overige op de aan het Hof voorbehouden, niet onbegrijpelijke uitlegging van de overeenkomsten. Daarvan uitgaande heeft het Hof zonder schending van een rechtsregel kunnen oordelen dat er geen aanleiding bestaat om uit hoofde van de aanwezigheid van een pachtovereenkomst enige waardedruk in aanmerking te nemen.
3.2. Ook voor het overige kunnen de klachten niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en C.J.J. van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2006.