ECLI:NL:HR:2006:AX9137
Hoge Raad
- Herziening
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft verzocht om herziening van een arrest van de Hoge Raad van 3 juni 2005, waarin het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden werd verworpen. De Hoge Raad heeft het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn is voldaan.
Belanghebbende heeft na afloop van de betalingstermijn verzocht om vermindering of kwijtschelding van het griffierecht, maar dit verzoek is afgewezen omdat de wet geen mogelijkheid tot vermindering of kwijtschelding kent. De Hoge Raad oordeelt dat deze afwijzing niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, aangezien er geen boete is opgelegd en artikel 6 EVRM Pro in belastingzaken alleen van toepassing is bij boetes.
De griffier heeft belanghebbende tijdig gewezen op de betalingsverplichting en de termijn, maar ondanks een gelegenheid om de termijnoverschrijding te motiveren, is onvoldoende gebleken dat belanghebbende niet in verzuim was. Een onderzoek door TPG Post bevestigde dat de griffierechtnota tijdig is uitgereikt.
De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor proceskostenveroordeling en verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.