ECLI:NL:HR:2006:AX9699
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over aandelenoptie bij ongeldig ontslag op staande voet
De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen een werknemer en zijn werkgever, Synthon B.V., over de uitoefening van een aandelenoptie en de gevolgen van een ongeldig ontslag op staande voet. De werknemer trad in 1999 in dienst en maakte aanspraak op 1% van het aandelenkapitaal van de moedervennootschap Quint Essence B.V. conform een beding in zijn arbeidsovereenkomst. Na een ontslag op staande voet wegens vermeende schending van de geheimhoudingsplicht, dat door de werknemer als nietig werd betwist, werd de arbeidsovereenkomst ontbonden door de kantonrechter.
De werknemer vorderde onder meer levering van de aandelen en schadevergoeding. Het hof oordeelde dat het beroep op het aandelenbeding onaanvaardbaar was omdat het werd uitgeoefend in het zicht van het einde van de arbeidsovereenkomst, terwijl het beding bedoeld was als stimulans om bij Synthon werkzaam te blijven. De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof de stelling van de werknemer onbegrijpelijk had uitgelegd door te concluderen dat het beding uitsluitend bedoeld was om de werknemer aan Synthon te binden, terwijl de werknemer had aangevoerd dat het beding bedoeld was om hem tot indiensttreding te bewegen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het incidentele cassatieberoep van Synthon werd verworpen. De Hoge Raad veroordeelde Synthon tot betaling van de kosten van het cassatieproces.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest over de uitleg van het aandelenbeding en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.