ECLI:NL:HR:2005:AU2415
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid ontslag op staande voet en uitvoerbaarverklaring loonvordering
Eiser trad op 1 januari 1999 in dienst bij Synthon als Vice President Pharmaceutical Technology. Op 21 september 1999 sprak Synthon een ontslag op staande voet uit, dat eiser betwistte en nietig verklaarde. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 december 1999. In hoger beroep stelde het hof vast dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was en dat de arbeidsovereenkomst tot 1 december 1999 voortduurde. Het hof veroordeelde Synthon tot betaling van achterstallig loon over deze periode, vermeerderd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 10%, maar wees de vordering tot schadevergoeding wegens niet-levering van aandelen af.
Eiser vorderde in cassatie de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de loonvordering, omdat hij belang had bij spoedige betaling van het achterstallige loon. Synthon had reeds gedeeltelijk aan de veroordeling voldaan en stelde dat er geen zwaarwegend belang was voor uitvoerbaarheid bij voorraad. De Hoge Raad oordeelde dat eiser voldoende belang had bij de incidentele vordering en dat Synthon geen zwaarder wegend belang had om dit te weigeren.
De Hoge Raad verklaarde het arrest van het hof uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de veroordelingen tot betaling van achterstallig loon betreft. De proceskosten van het incident werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Hiermee werd de positie van eiser versterkt door spoedige betaling mogelijk te maken, ondanks het lopende cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het ontslag op staande voet nietig en bevestigt de loonvordering, die uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.