ECLI:NL:HR:2006:AY3689
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over terugkomen op beschikking verlies aanmerkelijk belang
Belanghebbende, een technisch ingenieur, bracht zijn onderneming in een BV in en verkocht zijn aandelen aan een buitenlandse rechtspersoon. Na stillegging van de BV-activiteiten ontstond een geschil over de fiscale verwerking van een verlies uit aanmerkelijk belang.
De Inspecteur stelde bij beschikking een nog te verrekenen verliesbedrag vast, maar herzag dit later naar nihil. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat de beschikking een voorlopige was waarop het algemene voorbehoud van toepassing was.
De Hoge Raad oordeelt echter dat een dergelijke beschikking geen voorlopig karakter heeft en dat voor terugkomen op deze beschikking dezelfde strenge eisen gelden als voor het opleggen van een navorderingsaanslag. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelt de Staat tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.