ECLI:NL:GHARN:2005:AS5646
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herzieningsbeschikking verlies uit aanmerkelijk belang door Inspecteur
Belanghebbende, een technisch ingenieur, richtte in 1989 een BV op die hij in 1990 aan een Ltd verkocht. Na stillegging van de BV-activiteiten in 1991, kreeg belanghebbende in 1998 via een kort geding de aandelen terug. In 2000 verkocht hij een deel van de aandelen aan een holding.
Voor het jaar 2000 deed belanghebbende aangifte met een verlies uit aanmerkelijk belang van bijna vijf miljoen gulden. De Inspecteur legde een voorlopige aanslag op met een beschikking tot verrekening van ruim een miljoen gulden verlies. Later herzag de Inspecteur deze beschikking naar nihil, omdat uit nader onderzoek bleek dat het verlies niet aannemelijk was.
Belanghebbende betwistte de herzieningsbeschikking, stellende dat deze berustte op een bewuste standpuntbepaling en niet op nieuwe feiten. Het Hof oordeelde dat de beschikking van 2001 geen voorlopige beschikking was waarop het voorbehoud van terugkomen van toepassing is. Echter, de Inspecteur mocht uitgaan van de gegevens in de aangifte en het geautomatiseerde proces leidde tot de oorspronkelijke beschikking.
Pas bij de definitieve aanslag in 2002 werd duidelijk dat het verlies niet terecht was opgevoerd. Deze feiten kwalificeerden als nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde de herzieningsbeschikking. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herzieningsbeschikking van de Inspecteur.