ECLI:NL:HR:2006:AY3747
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Verplaatsing feitelijke leiding B.V. en redelijke toepassing belastingverdrag Nederland-België
Belanghebbende, sinds 24 oktober 1996 inwoner van België, verkocht op 16 december 1996 zijn aandelen in B B.V. De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op, welke na bezwaar werd verminderd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en stelde vast dat B B.V. op het moment van verkoop geen inwoner van Nederland was, waardoor Nederland geen heffingsbevoegdheid had.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht de feitelijke leiding van B B.V. in België plaatste, ondanks enkele door belanghebbende aangevoerde omstandigheden die geen invloed hadden op de plaats van feitelijke leiding. Tevens werd bevestigd dat het belastingverdrag Nederland-België strikt moet worden toegepast, waarbij de werkelijke plaats van leiding bepalend is voor de heffingsbevoegdheid.
De Hoge Raad verwierp de middelen van de Staatssecretaris van Financiën en veroordeelde deze in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het arrest van het Hof bevestigd en de aanslag definitief verminderd tot nihil.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris van Financiën in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.