ECLI:NL:HR:2006:AR5754
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over liquidatie-uitkering van emigrerende vennootschap
Belanghebbende, sinds oktober 1996 inwoner van België, ontving een liquidatie-uitkering van een vennootschap die op dat moment in België was gevestigd. De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op over het jaar 1996, welke na bezwaar werd gehandhaafd en later ambtshalve verminderd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en handhaafde de aanslag na vermindering.
De Hoge Raad oordeelt dat de liquidatie-uitkering moet worden aangemerkt als afkomstig van een vennootschap en ontvanger die beide inwoner van België zijn, conform het belastingverdrag Nederland-België. Hierdoor is Nederland niet bevoegd om inkomstenbelasting te heffen over deze uitkering. Het Hof had ten onrechte geoordeeld dat de liquidatie-uitkering Nederlandse broninkomsten waren vanwege het moment van besluit tot liquidatie.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof, behoudens de beslissingen over griffierecht en proceskosten, vermindert de aanslag tot een belastbaar binnenlands inkomen van ƒ 38.943 en veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De zaak wordt niet verwezen maar afgedaan door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar binnenlands inkomen van ƒ 38.943.