ECLI:NL:HR:2006:AY6023
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onmogelijkheid herziening btw naheffingsaanslag over 2000
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tijdvak van 1 januari tot en met 31 december 2000. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad met drie middelen.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Daarbij is overwogen dat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot nadere motivering en verklaart het beroep ongegrond.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat er geen grond is voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2006.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting over 2000 blijft gehandhaafd.