ECLI:NL:HR:2006:AY6202

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R05/132HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:204 lid 3 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering vervangende toestemming tot erkenning minderjarig kind door biologische vader

De zaak betreft een geschil tussen de moeder van een minderjarig kind en de biologische vader over het verzoek van de vader om vervangende toestemming tot erkenning van het kind ex artikel 1:204 lid 3 BW Pro. De vader, verblijvende in een penitentiaire inrichting, verzocht de rechtbank Breda om deze toestemming te verlenen. De moeder verzette zich tegen het verzoek. De rechtbank benoemde een bijzonder curator voor het kind en verleende uiteindelijk de vervangende toestemming aan de vader.

De moeder ging in hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde en het verzoek van de vader afwees. De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen, waarmee de afwijzing van het verzoek om vervangende toestemming tot erkenning definitief werd bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek om vervangende toestemming tot erkenning.

Uitspraak

20 oktober 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/132HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
verblijvende in de Penitentiaire Inrichting "Norgerhaven" te Veenhuizen,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende op een geheim adres, domicilie gekozen hebbende te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. L. van Hoppe.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 14 oktober 2004 ter griffie van de rechtbank te Breda ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht bij beschikking vervangende toestemming ex artikel 1:204 lid 3 BW Pro te verlenen aan de man tot erkenning van de minderjarige [het kind], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003 - verder te noemen: het kind.
Verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 9 november 2004 een bijzonder curator over het kind benoemd. Bij eindbeschikking van 18 januari 2005 heeft de rechtbank de vervangende toestemming tot erkenning van het kind aan de vader verleend.
Tegen deze eindbeschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 5 juli 2005 heeft het hof de beschikking van de rechtbank van 18 januari 2005 vernietigd en opnieuw rechtdoende het verzoek van de man hem vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van het kind afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 oktober 2006.