ECLI:NL:HR:2006:AY7361
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor overtreden stilleggingsbevel door houden van vee op bedrijfsterrein
De verdachte was door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens het opzettelijk handelen in strijd met een opgelegde bijkomende straf van gehele stillegging van zijn onderneming gedurende een jaar. Hij hield vee op het perceel terwijl de stillegging van kracht was.
Het bewijs bestond uit verklaringen van de verdachte, politieprocessen-verbaal, getuigenverklaringen en schriftelijke stukken waaronder het arrest van het hof dat de stillegging oplegde. Uit het bewijs bleek dat het bedrijf actief werd geëxploiteerd met vee, voer en agrarische werktuigen aanwezig waren, en dat de dieren dagelijks werden verzorgd.
De verdediging voerde aan dat het houden van vee niet per se winstgericht was en dat de verzorging van het vee noodzakelijk was, waardoor geen strijd met het stilleggingsbevel zou zijn begaan. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdachte in strijd met de straf heeft gehandeld en dat het niet vereist is dat het houden van vee op winst gericht moet zijn. Tevens kan een feitelijke beoordeling over noodzakelijke verzorging niet voor het eerst in cassatie worden aangevoerd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de opgelegde taakstraf van 120 uur werkstraf, subsidiair 60 dagen hechtenis, met verbeurdverklaring zoals bepaald in het hofarrest.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte tot 120 uur werkstraf wegens overtreden stilleggingsbevel door houden van vee.