ECLI:NL:HR:2006:AY7396

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03173/05 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

In deze zaak heeft de betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 3 juni 2005, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het beroep verworpen moet worden. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen aanleiding bestaat om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen.

Daarom wordt het beroep verworpen zonder nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De uitspraak bevestigt de rechtspraak omtrent de behandeling van klachten over getuigenverhoor en verwijst naar eerdere arresten van de Hoge Raad.

Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is uitgesproken op 10 oktober 2006.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bestreden uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

10 oktober 2006
Strafkamer
nr. 03173/05 P
IV/AM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 3 juni 2005, nummer 21/007472-04, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. S. Dogan, advocaat te Wijk bij Duurstede, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 10 oktober 2006.