ECLI:NL:HR:2006:AY7396
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in zaak ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak heeft de betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 3 juni 2005, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het beroep verworpen moet worden. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen aanleiding bestaat om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen.
Daarom wordt het beroep verworpen zonder nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De uitspraak bevestigt de rechtspraak omtrent de behandeling van klachten over getuigenverhoor en verwijst naar eerdere arresten van de Hoge Raad.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is uitgesproken op 10 oktober 2006.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bestreden uitspraak blijft in stand.