ECLI:NL:HR:2006:AY7459

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/237HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt specificatie vordering energiebedrijf voor onbetaalde leveringen

In deze zaak stond centraal of het energiebedrijf Essent haar vordering voldoende had gespecificeerd door overlegging van voorschotnota’s en jaarafrekeningen voor onbetaalde leveringen van water, gas en elektriciteit aan een particulier.

De procedure begon met een dagvaarding door Essent tegen de particulier voor de rechtbank Almelo, waarbij na vermindering van de eis een bedrag van €4.978,34 werd toegewezen. Zowel de particulier als Essent gingen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, waarbij Essent haar eis incidenteel verhoogde met €1.085,37.

Het hof bekrachtigde het tussenvonnis van de rechtbank, vernietigde het eindvonnis voor zover het de particulier veroordeelde tot betaling van €4.978,34 en veroordeelde hem in plaats daarvan tot betaling van €3.469,13, met wettelijke rente. Het hof wees het meer of anders gevorderde af.

De particulier stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden en er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Essent was in cassatie niet verschenen en verstek was verleend.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de particulier wordt verworpen en hij wordt veroordeeld tot betaling van het toegewezen bedrag met wettelijke rente.

Uitspraak

3 november 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/237HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
ESSENT ENERGIE NOORD N.V. (voorheen genaamd: N.V. Edon Levering),
gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: Essent - heeft bij exploot van 12 juni 2001 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Almelo. Na vermindering van eis heeft Essent gevorderd [eiser] te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 10.970,81, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
Na een ingevolge een tussenvonnis van 5 september 2001 op 6 november 2001 gehouden comparitie van partijen en een tweede tussenvonnis van 17 april 2002, heeft de rechtbank heeft bij eindvonnis van 3 juli 2002 [eiser] veroordeeld aan Essent te voldoen de somma van € 4.978,34, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Tegen het tussenvonnis van 17 april 2002 en het eindvonnis van 3 juli 2002 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Essent heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en daarbij haar eis vermeerderd met een bedrag van € 1.085,37.
Na een tussenarrest van 8 juni 2004 heeft het hof bij eindarrest van 24 mei 2005 in het principaal en in het incidenteel appel, het tussenvonnis van de rechtbank van 17 april 2002 bekrachtigd, het eindvonnis van de rechtbank vernietigd voor zover daarbij [eiser] wordt veroordeeld aan Essent te voldoen de somma van € 4.978,34 te vermeerderen met de wettelijke rente en, in zoverre opnieuw rechtdoende, [eiser] veroordeeld aan Essent te voldoen de somma van € 3.469,13 te vermeerderen met de wettelijke rente, verminderd met de in het eindarrest genoemde bedragen. Het hof heeft voorts het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen Essent is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Essent begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 3 november 2006.