ECLI:NL:HR:2006:AY7696
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake waardering onroerende zaken
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarden van twee onroerende zaken in Z voor de jaren 2001 tot en met 2004. Het hoofd Middelen en Maatschappelijke Zorg van de gemeente Abcoude vernietigde de beschikking voor a-straat 1 en handhaafde die voor a-straat 2. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep voor a-straat 1 niet-ontvankelijk verklaarde en het beroep voor a-straat 2 gegrond verklaarde, waardoor de waarde van a-straat 2 werd verminderd.
Het hoofd stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad stelde vast dat op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Gemeentewet alleen het college van burgemeester en wethouders bevoegd is tot het instellen van cassatieberoep. Het beroep was echter ingesteld door het hoofd, zonder dat was aangetoond dat deze daartoe bevoegd was.
De Hoge Raad verzocht om bewijs van volmacht of mandaat, maar het overgelegde besluit toonde niet aan dat het hoofd bevoegd was tot het instellen van cassatieberoep. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk en veroordeelde het hoofd in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan bevoegdheid.