ECLI:NL:HR:2006:AY7757
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt levenslange gevangenisstraf voor meervoudige moord ondanks eerdere geldboete
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens meervoudige moord gepleegd in 1984. Het hof had het vonnis van de rechtbank vernietigd en de straf opgelegd. Verdachte voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was vanwege de vernietiging van inbeslaggenomen voorwerpen en dat het hof ten onrechte een verklaring van een bedreigde getuige als bewijs gebruikte zonder voldoende motivering.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat het openbaar ministerie ontvankelijk was, ondanks de vernietiging van voorwerpen door waterschade, en dat het hof de betrouwbaarheid van de bedreigde getuige voldoende had onderzocht door haar verklaring te vergelijken met andere getuigenverklaringen. Tevens bevestigde de Hoge Raad dat de samenloopbepalingen in de artikelen 59 en 63 van het Wetboek van Strafrecht niet verhinderen dat een levenslange gevangenisstraf wordt opgelegd ondanks een eerdere geldboete.
De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De levenslange gevangenisstraf werd als passend en noodzakelijk beschouwd gezien de ernst van de feiten, de eerdere veroordelingen van verdachte en het belang van bescherming van de samenleving.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de levenslange gevangenisstraf voor verdachte wegens meervoudige moord en verwerpt het cassatieberoep.