ECLI:NL:HR:2006:AY8309

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/066HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 lid 2 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid verzet tegen faillietverklaring wegens overschrijding verzettermijn

In deze zaak gaat het om het geschil tussen een failliet en de ontvanger van de Belastingdienst over het verzet dat de failliet heeft ingesteld tegen zijn eigen faillietverklaring. De failliet had het verzet ingediend na de wettelijke termijn zoals bepaald in artikel 8 lid 2 van Pro de Faillissementswet, waardoor de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk verklaarde. De failliet stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.

Vervolgens werd beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen grond voor cassatie boden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee bevestigd dat het verzet tegen een faillietverklaring tijdig moet worden ingesteld binnen de termijn van artikel 8 lid 2 Faillissementswet Pro. Het arrest onderstreept het belang van strikte naleving van procesrechtelijke termijnen in faillissementsprocedures.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzet tegen de faillietverklaring wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzettermijn.

Uitspraak

3 november 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/066HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
voorheen wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/ HAAGLANDEN,
kantoorhoudende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M. Ynzonides.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 9 maart 2006 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift is verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - tegen het vonnis van die rechtbank van 22 februari 2006, waarbij [verzoeker] in staat van faillissement is verklaard, in verzet gekomen.
De rechtbank heeft bij vonnis van 21 maart 2006 het verzetschrift niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzettermijn bepaald in art. 8 lid 2 Fw Pro.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 30 mei 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De zaak is voor verweerder in cassatie - verder te noemen: de Ontvanger - toegelicht door zijn advocaat en door mr. E.D. van Geuns, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Stikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 3 november 2006.