ECLI:NL:HR:2006:AY8344
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt straf en geldboete voor medeplegen opiumwetsovertreding
De verdachte werd door het hof in hoger beroep veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf en een geldboete van €20.620,- wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank en legde deze straf en boete op, rekening houdend met de draagkracht van de verdachte.
De verdachte stelde in cassatie verschillende middelen aan de orde, waaronder de motivering van de opgelegde geldboete. De Hoge Raad oordeelde dat de geldboete gelijk is aan het inbeslaggenomen geldbedrag waarvan het hof de teruggave aan de verdachte heeft gelast, waardoor de motivering niet onbegrijpelijk is. Bezwaren omtrent derdenbeslag en andere schulden van de verdachte deden hieraan niet af.
De Hoge Raad verwierp het beroep, omdat geen van de middelen tot cassatie kon leiden en er geen ambtshalve vernietigingsgronden waren. Het arrest werd uitgesproken door de strafkamer op 31 oktober 2006.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; verdachte blijft veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf en een geldboete van €20.620,-.