ECLI:NL:HR:2006:AY8652
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat uitdeling door B.V. niet eerder dan oprichtingsdatum kan worden toegerekend
Belanghebbende, die in 1998 een administratie- en advieskantoor exploiteerde in de vorm van een vennootschap onder firma en tevens directeur en enig aandeelhouder was van een B.V., kreeg voor het jaar 1998 een navorderingsaanslag en boete opgelegd. De B.V. was opgericht op 12 mei 1998 en had de onderneming vanaf 1 juli 1997 voor eigen rekening gedreven. In de tweede helft van 1997 werd een creditering van ƒ 48.000 aan de echtgenote van belanghebbende gedaan door de B.V. in oprichting.
Het Hof oordeelde dat deze creditering als uitdeling van winst moest worden aangemerkt en dat deze uitdeling vanwege bekrachtiging bij oprichting moest worden toegerekend aan 12 mei 1998, de oprichtingsdatum van de B.V. Belanghebbende stelde hiertegen cassatie in, stellende dat de uitdeling eerder had moeten worden toegerekend.
De Hoge Raad verwierp deze klacht en bevestigde dat een uitdeling door een B.V. niet eerder dan de oprichtingsdatum kan worden toegerekend, omdat de B.V. voor die datum niet bestond. Verder werden de overige klachten niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang voor rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de uitdeling door de B.V. niet eerder dan de oprichtingsdatum kan worden toegerekend.