ECLI:NL:GHSHE:2004:AR6869
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- T. Blokland
- P. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt navorderingsaanslag en boete in belastingzaak 1998
Belanghebbende, vennoot van een vennootschap onder firma en directeur van een BV, was het oneens met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en een opgelegde boete over het jaar 1998. De inspecteur had een bedrag van fl. 1.034,-- in het inkomen van belanghebbende begrepen wegens omzetbelasting uit 1992 en een bedrag van fl. 48.000,-- nagevorderd wegens een vermeende middellijke winstuitdeling.
Tijdens de procedure stelde belanghebbende dat de termijn voor het opleggen van de navorderingsaanslag was verstreken en dat de creditering van fl. 48.000,-- verband hield met de aankoop van claims. Het hof oordeelde dat de navordering binnen de wettelijke termijn was opgelegd en dat de creditering een winstuitkering vormde. De bewijslast lag bij belanghebbende, die geen bewijs leverde voor zijn stellingen.
Het hof stelde vast dat belanghebbende willens en wetens te weinig belasting had aangegeven en zich uitstel van betaling had verschaft. Daarom was sprake van opzet en was de boete terecht opgelegd. De boete werd wel verminderd tot 50% van het nagevorderde bedrag. Het hof wees een proceskostenvergoeding af en legde de griffierechten ten laste van de Staat. Het beroep werd gegrond verklaard, de bestreden uitspraak vernietigd, maar de navorderingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof handhaaft de navorderingsaanslag, vermindert de boete tot 50%, en wijst de griffierechten toe aan belanghebbende.