ECLI:NL:HR:2006:AY8773
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Wijziging omgangsregeling en hoofdverblijf kinderen na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de wijziging van een omgangsregeling en de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kinderen. De moeder verzocht de rechtbank Utrecht om een omgangsregeling vast te stellen waarbij de kinderen eenmaal per twee weken en de helft van de schoolvakanties bij de vader zouden verblijven. De vader verzocht de bestaande regeling met co-ouderschap en afwisselend hoofdverblijf in stand te houden of een regeling met minimaal tien zorgdagen per maand.
De rechtbank wees het verzoek van de moeder af, wijzigde het kinderconvenant en bepaalde dat de kinderen hun gewone verblijfplaats bij de vader zouden hebben. De moeder ging in hoger beroep bij het hof Amsterdam, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde, de hoofdverblijfplaats bij de moeder bepaalde en de omgangsregeling met de vader vaststelde. De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep van de vader af. De beschikking van het hof bleef daarmee in stand. De uitspraak bevestigt de rechterlijke afweging bij wijziging van omgangs- en verblijfregelingen in het belang van de kinderen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder blijft met een omgangsregeling voor de vader.