ECLI:NL:HR:2006:AY9226
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Geschil over kinderalimentatie tussen vader en moeder van minderjarig kind
De zaak betreft een geschil tussen de vader en moeder van een minderjarig kind over de door de vader te betalen kinderalimentatie. De moeder verzocht de rechtbank Amsterdam om vaststelling van een maandelijkse bijdrage van €400 vanaf 1 april 2003. De rechtbank bepaalde lagere bedragen, te weten €320 vanaf 1 april 2003 en €280 vanaf 1 augustus 2004, met toevoeging van eventuele uitkeringen.
De vader ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde en de alimentatiebedragen verder verlaagde tot €155 per maand voor de periode 28 januari 2004 tot 1 juli 2004 en €125 per maand vanaf 1 juli 2004. Beide uitspraken werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De moeder stelde beroep in cassatie in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de lagere rechterlijke beslissingen en liet de vastgestelde kinderalimentatiebedragen ongewijzigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de lagere rechterlijke beslissingen over kinderalimentatie blijven ongewijzigd.