ECLI:NL:PHR:2006:AY9226
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekening draagkracht vader bij kinderalimentatie en ingangsdatum betalingsverplichting
Deze zaak betreft een geschil tussen de vader en moeder over de hoogte en ingangsdatum van kinderalimentatie voor hun minderjarige dochter, geboren uit hun affectieve relatie en erkend door de vader.
De moeder verzocht de rechtbank om een bijdrage van €400,- per maand vanaf 1 april 2003, de datum van beëindiging van de samenwoning. De vader stelde dat hij onvoldoende draagkracht had en betwistte de ingangsdatum. De rechtbank stelde een lagere bijdrage vast met ingang van genoemde datum. Het hof vernietigde dit vonnis en bepaalde lagere bedragen met ingang van 28 januari 2004, de datum van het inleidend verzoekschrift.
De vader had zijn hypotheek verhoogd om de moeder uit te kopen en een premiedepot te storten voor hypotheekaflossing. Het hof hield rekening met de volledige woonlasten, inclusief deze verhoging, omdat deze lasten niet het plafond van redelijke woonlasten overschreden. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat dit onjuist zou zijn en bevestigde dat het hof de woonlasten terecht in de draagkrachtberekening had betrokken.
Ook het oordeel van het hof dat de alimentatiebetaling ingaat op de datum van het inleidend verzoek werd bevestigd, waarbij het hof de vrijheid heeft om de ingangsdatum te bepalen binnen de grenzen van de wet en jurisprudentie. De klachten van de vader werden verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van de vader af en bekrachtigt het oordeel van het hof over draagkracht en ingangsdatum alimentatiebetaling.