ECLI:NL:HR:2006:AY9670
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid politiecontrole op grond Wegenverkeerswet ondanks verdenking strafbaar feit
In deze zaak stond centraal of de politie bij het staande houden van verdachte misbruik heeft gemaakt van haar controlebevoegdheid op grond van artikel 160 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 door deze aan te wenden voor opsporingshandelingen gericht op strafbare feiten.
De verdediging stelde dat de politie de bevoegdheid had gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze was verleend, namelijk het opsporen van strafbare feiten, en dat dit misbruik de integriteit van de opsporing aantastte, waardoor het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de politie bevoegd was het stopteken te geven en de bestuurder naar het rijbewijs te vragen, waarbij het bestaan van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit niet uitsluit dat de controlebevoegdheid wordt uitgeoefend mits de waarborgen voor de verdachte in acht worden genomen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het enkele feit dat de controlebevoegdheid werd aangewend naar aanleiding van informatie over mogelijke strafbare feiten niet betekent dat deze bevoegdheid uitsluitend voor een ander doel is gebruikt. Bovendien kan een dergelijke situatie niet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, tenzij sprake is van een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde.
Het beroep van verdachte werd verworpen en de bestreden uitspraak van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; de politie handelde rechtmatig en het Openbaar Ministerie blijft ontvankelijk.