ECLI:NL:PHR:2006:AY9670
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid staandehouding en ontvankelijkheid OM bij verdenking winkeldiefstal
Op 6 oktober 2004 werden verdachte en haar medeverdachten staande gehouden door de politie op grond van een melding over mogelijke winkeldiefstal door een groep zigeunervrouwen. De politie maakte gebruik van de controlebevoegdheid uit art. 160 WVW Pro 1994 om de bestuurster te laten stoppen en haar rijbewijs te controleren. Tijdens de controle werd in de kofferbak van de auto negen nieuwe spijkerbroeken met labels aangetroffen zonder aankoopnota, wat leidde tot verdenking van winkeldiefstal.
Verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken wegens diefstal door twee of meer verenigde personen. In cassatie stelde de verdediging dat de politie de controlebevoegdheid had misbruikt door de staandehouding niet op de Wegenverkeerswet maar op verdenking te baseren, en dat dit misbruik tot niet-ontvankelijkheid van het OM zou moeten leiden. Ook werd betoogd dat er onvoldoende bewijs was voor een redelijke verdenking.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de politie bevoegd was het stopteken te geven en de controle uit te oefenen. Het enkele feit dat de controle mede was ingegeven door een verdenking, maakt het gebruik van de bevoegdheid niet onrechtmatig. Bovendien is niet-ontvankelijkheid van het OM slechts aan de orde bij ernstige procesorde-schendingen, die hier niet zijn vastgesteld. Ook het bewijsuitsluitingsverweer faalde omdat de kofferbak met toestemming werd geopend. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van de staandehouding en de ontvankelijkheid van het OM, en verwierp de cassatie tegen de veroordeling tot vier weken gevangenisstraf.