ECLI:NL:HR:2006:AY9688
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hernieuwd verzoek schuldsaneringsregeling na eerdere afwijzing
Verzoekster diende op 5 juli 2004 een verzoek in bij de rechtbank Arnhem tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, dat op 14 januari 2005 werd afgewezen. Het hof Arnhem bekrachtigde deze afwijzing bij arrest van 24 februari 2005. Vervolgens diende verzoekster opnieuw een verzoek in bij dezelfde rechtbank, dat op 1 mei 2006 werd afgewezen. Ook dit vonnis werd door het hof Arnhem bij arrest van 29 juni 2006 bekrachtigd.
Tegen dit laatste arrest stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de afwijzing van het hernieuwde verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Aaftink, de Savornin Lohman en van Oven, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 8 december 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het hernieuwde verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.