ECLI:NL:HR:2006:AY9688

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/091HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • J.C. van Oven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 en lid 2 FArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hernieuwd verzoek schuldsaneringsregeling na eerdere afwijzing

Verzoekster diende op 5 juli 2004 een verzoek in bij de rechtbank Arnhem tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, dat op 14 januari 2005 werd afgewezen. Het hof Arnhem bekrachtigde deze afwijzing bij arrest van 24 februari 2005. Vervolgens diende verzoekster opnieuw een verzoek in bij dezelfde rechtbank, dat op 1 mei 2006 werd afgewezen. Ook dit vonnis werd door het hof Arnhem bij arrest van 29 juni 2006 bekrachtigd.

Tegen dit laatste arrest stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de afwijzing van het hernieuwde verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Aaftink, de Savornin Lohman en van Oven, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 8 december 2006.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het hernieuwde verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

8 december 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/091HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 5 juli 2004 ter griffie van de rechtbank te Arnhem ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van haar de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De rechtbank heeft bij vonnis van 14 januari 2005 dit verzoek afgewezen. In hoger beroep heeft het hof te Arnhem bij arrest van 24 februari 2005 dit vonnis bekrachtigd.
Met een op 5 juli 2004 ter griffie van de rechtbank te Arnhem ingekomen verzoekschrift heeft [verzoekster] opnieuw een verzoek bij de rechtbank te Arnhem ingediend tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
[Verzoekster] is gehoord ter terechtzitting van 24 april 2006, hierna heeft de rechtbank bij vonnis van 1 mei 2006 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis van de rechtbank heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Na mondelinge behandeling op 22 juni 2006, heeft het hof bij arrest van 29 juni 2006 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 18 oktober 2006 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 december 2006.