ECLI:NL:HR:2006:AY9711
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing bestuurdersaansprakelijkheid wegens misleidende prognoses en onttrekking onderhoudsgelden
De Stichting, die de belangen behartigt van gedupeerde beleggers in teak-aanplantprojecten in Costa Rica, vorderde bij de rechtbank een verklaring voor recht dat de bestuurder van de bemiddelende vennootschap en de vennootschap zelf hoofdelijk aansprakelijk zijn voor schade door misleidende prognoses en onttrekking van onderhoudsgelden.
De rechtbank wees de vorderingen tegen de bestuurder af maar kende deze toe tegen de vennootschap. De Stichting stelde hoger beroep in, maar het gerechtshof bekrachtigde het vonnis. Vervolgens stelde de Stichting beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De Stichting werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Het arrest bevestigt daarmee de eerdere beslissingen dat de bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk is voor de door de Stichting gestelde tekortkomingen en onrechtmatige daad, ondanks de misleidende prognoses en onttrekking van onderhoudsgelden aan het trustfonds.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Stichting wordt verworpen en de bestuurdersaansprakelijkheid wordt afgewezen.