ECLI:NL:HR:2006:AY9744
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Herziening van veroordeling wegens ontbreken motorrijtuigverzekering
De aanvrager was door de Politierechter te Almelo veroordeeld voor het rijden zonder een geldige motorrijtuigverzekering op 21 november 2003. De veroordeling bestond uit een geldboete van €300,-, subsidiair zes dagen hechtenis.
Na het vonnis werd een verklaring overgelegd die aantoonde dat op de datum van het feit een verzekering overeenkomstig de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) van kracht was. Deze verklaring werd afgegeven door de verzekeraar en kwam tot stand nadat de Politierechter uitspraak had gedaan.
De Hoge Raad oordeelde dat deze nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in art. 457 Sv Pro, een ernstig vermoeden wekt dat de Politierechter de aanvrager zou hebben vrijgesproken indien hij hiervan op de hoogte was geweest. Daarom verklaarde de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, schorste zo nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem voor hernieuwde behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaarde de herzieningsaanvraag gegrond en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.