ECLI:NL:HR:2006:AY9744

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00350/06 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • F.H. Koster
  • B.C. de Savornin Lohman
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 WAMArt. 457 SvArt. 467 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening van veroordeling wegens ontbreken motorrijtuigverzekering

De aanvrager was door de Politierechter te Almelo veroordeeld voor het rijden zonder een geldige motorrijtuigverzekering op 21 november 2003. De veroordeling bestond uit een geldboete van €300,-, subsidiair zes dagen hechtenis.

Na het vonnis werd een verklaring overgelegd die aantoonde dat op de datum van het feit een verzekering overeenkomstig de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) van kracht was. Deze verklaring werd afgegeven door de verzekeraar en kwam tot stand nadat de Politierechter uitspraak had gedaan.

De Hoge Raad oordeelde dat deze nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in art. 457 Sv Pro, een ernstig vermoeden wekt dat de Politierechter de aanvrager zou hebben vrijgesproken indien hij hiervan op de hoogte was geweest. Daarom verklaarde de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, schorste zo nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem voor hernieuwde behandeling en beslissing.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaarde de herzieningsaanvraag gegrond en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

10 oktober 2006
Strafkamer
nr. 00350/06 H
AM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter te Almelo van 8 juli 2004, nummer 8/031032-03, ingediend door mr. L.J. Speijdel, advocaat te Enschede, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager, voor zover hier van belang, ter zake van 4. "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand is gehouden", gepleegd op 21 november 2003 met het voertuig voorzien van het kenteken [...], veroordeeld tot een geldboete van € 300,-, subsidiair 6 dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, aangezien uit de aan de aanvrage gehechte bescheiden blijkt dat op 21 november 2003 voor het motorvoertuig met het kenteken [...] wel een verzekering overeenkomstig de WAM van kracht was.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Politierechter zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
4. Beoordeling van de aanvrage
4.1. Bij de aanvrage is overgelegd een verklaring van 17 augustus 2004 van [A] N.V., welke verklaring inhoudt:
"Verklaring artikel 34 WAM Pro
Ter voldoening aan het gestelde in artikel 34, lid 2, van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) verklaart (...)
[A] N.V. hierbij dat op 21-11-2003 voor het motorrijtuig voorzien van kenteken [...] een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed, afgesloten onder bovengenoemd polisnummer en dat het CRWAM, voorzover noodzakelijk, is aangevuld dan wel gecorrigeerd."
4.2. Aan de inhoud van dit stuk, totstandgekomen en afgegeven nadat de Politierechter uitspraak had gedaan, valt het ernstige vermoeden te ontlenen dat de Politierechter, ware hij daarmee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde onder 4 zou hebben vrijgesproken.
5. Slotsom
Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
Beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter te Almelo van 8 juli 2004 voor wat feit 4 betreft;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak voor zover gewezen ter zake van feit 4 op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 10 oktober 2006.