ECLI:NL:HR:2006:AY9984
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over niet uitgeoefende opties en informele kapitaalinbreng
Belanghebbende, een B.V. waarvan A enig aandeelhouder en directeur is, kreeg voor het jaar 1999 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en het Hof Arnhem verklaarde het beroep ongegrond. De zaak betrof optie-overeenkomsten waarbij A als optiekoper callopties kocht van de B.V., maar deze opties niet uitoefende.
Het Hof oordeelde dat het niet uitoefenen van de opties in 1999 betekende dat er geen verlies ten laste van de winst kon worden gebracht. De Hoge Raad stelde dat als het afzien van de optie in hoedanigheid van aandeelhouder plaatsvond, dit als een informele kapitaalinbreng moet worden gezien, waardoor het verlies wel aftrekbaar is. Het Hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het niet ondernemen van actie zou leiden tot verlies van de vordering.
De Hoge Raad verklaarde het incidentele beroep ongegrond, het principale beroep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor nadere behandeling over de fiscale gevolgen van niet uitgeoefende opties en informele kapitaalinbreng.