ECLI:NL:HR:2006:AZ0430
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Uitleg van optiecontracten tussen dga en B.V. in vennootschapsbelastingzaak
Belanghebbende, een B.V., kreeg voor het jaar 1998 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een boete. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar het Gerechtshof te 's-Gravenhage verklaarde het beroep gegrond en stelde het belastbaar bedrag op nihil, terwijl de boete gehandhaafd bleef. De Staatssecretaris stelde hiertegen cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de uitleg van optiecontracten tussen de directeur-grootaandeelhouder (dga) en de B.V. Het Hof had geoordeeld dat de contracten slechts op één wijze konden worden uitgelegd, mede omdat de contracten waren opgesteld overeenkomstig een beursordersysteem en de aandeelhouder als initiatiefnemer was aangewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat de optiecontracten slechts één uitleg toelieten, omdat de stellingen van belanghebbende niet uitsloten dat meerdere uitlegmogelijkheden bestonden. Daarom werd het arrest vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Den Haag en verwijst zaak terug naar Hof Den Bosch voor verdere behandeling.