ECLI:NL:HR:2004:AO7335
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over verliesverrekening optiecontracten vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een BV actief in detailhandel, had in haar aangifte vennootschapsbelasting 1998 een verlies van ƒ 707.075 uit effectentransacties opgevoerd, waarvan het grootste deel betrekking had op optiecontracten met haar directeur-grootaandeelhouder (DGA).
Het Hof Amsterdam oordeelde dat belanghebbende de rechten uit deze optiecontracten niet zakelijk had uitgeoefend, omdat de DGA de beslissingen over het aangaan en beëindigen van de opties volledig beheerde. Hierdoor werd het verlies niet erkend en de aanslag en boete gehandhaafd.
De Hoge Raad stelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom bij een zakelijke vergoeding toch sprake zou zijn van benadeling van belanghebbende. Het feit dat de DGA het initiatief nam, sluit niet uit dat de vergoeding zakelijk was en dat belanghebbende niet benadeeld werd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof, behoudens de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwijst de zaak terug naar het Hof te 's-Gravenhage voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van dit arrest.
De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende in cassatie.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage.