ECLI:NL:HR:2006:AZ0618

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/073HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • J.C. van Oven
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging ouderlijk gezag over minderjarig kind na verzoek moeder

De vrouw verzocht de rechtbank Maastricht om het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige zoon te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De man bestreed dit verzoek. De rechtbank wees het verzoek van de vrouw toe op 1 september 2005. De man ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de beschikking van de rechtbank op 8 maart 2006 bekrachtigde.

De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De vrouw diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwees naar artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het beroep van de man en bevestigt daarmee de beschikking die de moeder het eenhoofdig gezag toekent. De uitspraak werd op 15 december 2006 in het openbaar gedaan door raadsheer Numann.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het eenhoofdig gezag van de moeder over het minderjarige kind.

Uitspraak

15 december 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/073HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. ir. P.J.A. Prinsen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 24 mei 2005 ter griffie van de rechtbank te Maastricht ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht het gezamenlijk ouderlijk gezag over der partijen minderjarig kind [de zoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, te beëindigen en te bepalen dat zij voortaan alleen het ouderlijk gezag zal uitoefenen over [de zoon].
De man heeft het verzoek van de vrouw bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 1 september 2005 het verzoek van de vrouw toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De man heeft in hoger beroep verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat het eenhoofdig gezag over [de zoon] wordt toegekend aan de man, met vaststelling van een omgangsregeling tussen [de zoon] en de moeder.
Bij beschikking van 8 maart 2006 heeft het hof de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 december 2006.