ECLI:NL:HR:2006:AZ0618
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Wijziging ouderlijk gezag over minderjarig kind na verzoek moeder
De vrouw verzocht de rechtbank Maastricht om het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige zoon te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De man bestreed dit verzoek. De rechtbank wees het verzoek van de vrouw toe op 1 september 2005. De man ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de beschikking van de rechtbank op 8 maart 2006 bekrachtigde.
De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De vrouw diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwees naar artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van de man en bevestigt daarmee de beschikking die de moeder het eenhoofdig gezag toekent. De uitspraak werd op 15 december 2006 in het openbaar gedaan door raadsheer Numann.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het eenhoofdig gezag van de moeder over het minderjarige kind.