ECLI:NL:HR:2006:AZ0652
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Toepassing van feitelijke leeftijd bij vervolgbaarheid minderjarige volgens art. 486 Sv
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor poging tot afpersing en poging tot diefstal. De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk was omdat de verdachte volgens de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) op het moment van het delict nog geen twaalf jaar was, hetgeen vervolging uitsluit op grond van art. 486 Sv Pro.
Het hof oordeelde dat de feitelijke leeftijd van de verdachte leidend is en dat het mogelijk is andere gegevens dan de GBA te betrekken, zoals een skeletonderzoek en verklaringen van de vader en de verdachte zelf, waaruit bleek dat de verdachte ouder was dan twaalf jaar. Op basis hiervan verwierp het hof het niet-ontvankelijkheidsverweer en veroordeelde de verdachte tot een voorwaardelijke jeugddetentie.
De Hoge Raad bevestigt deze opvatting en stelt dat het niet juist is dat de strafrechter gebonden is aan de GBA-gegevens omtrent leeftijd. De feitelijke leeftijd is bepalend en kan worden vastgesteld aan de hand van andere betrouwbare gegevens. Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het middel faalt en geen aanleiding geeft tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de feitelijke leeftijd bepalend is en verklaart het cassatieberoep ongegrond.