ECLI:NL:HR:2006:AZ1083
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid vermogensbeheerder voor negatief beleggingsresultaat en bewijslastverdeling
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van een effectenkantoor (NNEK) centraal voor een negatief beleggingsresultaat bij de uitvoering van een vermogensbeheersovereenkomst. De cliënt had een bedrag van ƒ 2.100.000,- ter belegging gegeven en stelde NNEK aansprakelijk wegens tekortkomingen in de zorgplicht. De rechtbank en het hof behandelden tussenvonnissen over bewijslevering en stelden dat NNEK een bijzondere zorgplicht had.
Het hof oordeelde dat NNEK een bevrijdend verweer kon voeren en dat de bewijslast daarom op NNEK rustte, hetgeen de Hoge Raad onjuist achtte. Volgens de Hoge Raad rust de bewijslast van de tekortkoming op de cliënt, en het verweer van NNEK dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan, brengt niet mee dat NNEK de feiten moet bewijzen waarop dat verweer is gebaseerd.
Verder werd geoordeeld dat de rechter bij niet-naleving van een verzwaarde stelplicht door een partij niet automatisch de bewijslast mag omkeren, maar passende sancties kan opleggen, mits deze goed gemotiveerd zijn. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing.
De zaak bevatte uitgebreide afspraken over het beleggingsbeleid, risico's en aansprakelijkheid, waaronder de methode Premselaar en de risicoacceptatie door de cliënt. De Hoge Raad benadrukte de juiste toepassing van de bewijslastregels en motiveringsvereisten bij verzwaarde stelplichten.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor nieuwe beoordeling over aansprakelijkheid en bewijslastverdeling.