ECLI:NL:HR:2006:AZ2225
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Levensverzekeringpolissen en faillissementsboedel bij huwelijk buiten gemeenschap van goederen
De zaak betreft een geschil tussen een vrouw gehuwd buiten gemeenschap van goederen met kinderen en de curator van haar echtgenoot over de vraag of uitkeringen uit levensverzekeringpolissen binnen de faillissementsboedel vallen.
De eiseressen vorderden dat de polissen als oudedag- en nabestaandenvoorziening buiten de boedel blijven, terwijl de curator stelde dat hij gerechtigd is de uitkeringen te innen. De rechtbank wees de vorderingen van eiseressen af, maar het hof verklaarde dat twee polissen buiten de boedel vallen omdat de begunstiging vóór faillissement was aanvaard.
De Hoge Raad bevestigde dat de bevoegdheid tot wijziging van begunstiging na faillissement niet bij de failliet ligt, maar bij de curator, tenzij de begunstigde onredelijk wordt benadeeld. De nieuwe regeling van art. 21a Faillissementswet is niet van toepassing op de casus omdat deze pas in 1998 in werking trad. Het beroep van eiseressen werd verworpen en zij werden in de kosten veroordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; twee levensverzekeringpolissen vallen buiten de faillissementsboedel omdat de begunstiging vóór faillissement was aanvaard.