ECLI:NL:HR:2006:AZ2899
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting bestelauto
Belanghebbende ontving een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over de periode van 7 februari 1999 tot en met 6 februari 2004 voor een motorrijtuig dat oorspronkelijk als bestelauto was geregistreerd, maar later als personenauto werd aangemerkt na een ombouwkeuring. De Inspecteur handhaafde de aanslag na bezwaar, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag aanzienlijk.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het Hof een onjuiste interpretatie gaf aan de verhouding tussen artikel 33 van Pro de Wet op de motorrijtuigenbelasting en artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Artikel 33 regelt Pro de bewijsproblemen bij naheffing als niet kan worden vastgesteld sinds wanneer te weinig belasting is betaald, maar is niet van toepassing indien geen aanvullende aangifte is gedaan na een voertuigwijziging, zoals in deze zaak.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof, behoudt de beslissing over het griffierecht, en verklaart het beroep van de Staatssecretaris ongegrond. Er worden geen proceskosten aan de zijde van de Staatssecretaris toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verklaart het beroep van de Staatssecretaris ongegrond.