ECLI:NL:HR:2006:AZ4974
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Toepassing forfaitaire regeling verontreinigingsheffing op ingenomen water in plantenextractenbedrijf
Belanghebbende, een producent van aroma's en plantaardige medicijnen, kreeg voor 2002 een aanslag verontreinigingsheffing opgelegd door het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. De aanslag was gebaseerd op een forfaitaire regeling waarbij het aantal vervuilingseenheden werd berekend aan de hand van de hoeveelheid ingenomen water, omdat geen meting en bemonstering had plaatsgevonden.
Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat de forfaitaire regeling op grond van artikel 11 van Pro de Verordening terecht was toegepast, aangezien het aantal vervuilingseenheden 1000 of minder bedroeg en de activiteiten van belanghebbende voldeden aan de voorwaarden. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af.
De Hoge Raad benadrukt dat onder 'ingenomen water' in dit geval uitsluitend geleverd drink- en industriewater wordt verstaan, inclusief water gebruikt voor producten en koeling, maar exclusief water dat wordt afgevoerd. De overige klachten van belanghebbende worden niet behandeld wegens gebrek aan belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Proceskosten worden niet aan een der partijen opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 22 december 2006 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de forfaitaire berekening van de verontreinigingsheffing.