ECLI:NL:HR:2006:AZ5868
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij diefstal met geweld
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor diefstal met geweld gepleegd op 4 januari 2002. Na de veroordeling kwam door onderzoek van Justitie naar voren dat de vingerafdrukken van de aanvrager niet overeenkwamen met die van de dader, wat wijst op persoonsverwisseling.
De aanvrage tot herziening werd ondersteund door een brief van het Arrondissementsparket Rotterdam en een last tot onmiddellijke invrijheidstelling, waarin werd bevestigd dat de vingerafdrukken niet overeenkwamen. Ook bleek uit politiegegevens dat de aanvrager mogelijk de identiteit van zijn halfbroer gebruikte.
De Hoge Raad concludeerde dat deze nieuwe feiten een ernstig vermoeden van onschuld scheppen en dat de aanvrager bij kennis hiervan vrijgesproken zou zijn. Daarom werd de herzieningsaanvraag gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor herbehandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.