ECLI:NL:HR:2007:AS4097
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over heffing douanerechten bij extern douanevervoer met carnet TIR
Belanghebbende, een Belgische BVBA, werd in 1995 uitgenodigd tot betaling van aanzienlijke bedragen aan douanerechten, omzetbelasting en accijns naar aanleiding van extern douanevervoer van sigaretten onder gebruikmaking van carnet TIR. De Inspecteur wees de bezwaren van belanghebbende af, waarna belanghebbende in beroep ging bij de Tariefcommissie en het Gerechtshof. Het Hof Amsterdam verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de heffing.
De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse douaneautoriteiten niet bevoegd waren tot heffing omdat zij niet voldeden aan de verplichting om de aangever te informeren dat de goederen en vervoersdocumenten het kantoor van bestemming niet op regelmatige wijze hadden bereikt, en om de aangever te verzoeken bewijs te leveren over de plaats van onregelmatigheid binnen een jaar. Deze verplichting volgt uit Europese verordeningen en jurisprudentie van het Hof van Justitie.
Het Hof had ten onrechte aangenomen dat de bevoegdheid tot heffing was gebaseerd op Verordening (EEG) nr. 2726/90, die niet van toepassing was op extern douanevervoer met carnet TIR in 1992. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof en de aanslagen, en wijst de Staat aan als de partij die de proceskosten moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslagen worden vernietigd wegens ontbreken van mededeling en verzoek aan de aangever over de plaats van onregelmatigheid.