ECLI:NL:HR:2007:AU8199
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugbetaling douanerechten wegens inkoopcommissie bij vaststelling douanewaarde
Belanghebbende heeft een verzoek ingediend tot terugbetaling van een deel van de betaalde douanerechten, omdat zij meende dat in de vastgestelde douanewaarde een inkoopcommissie van vier procent was begrepen die niet tot de douanewaarde behoort. De Inspecteur wees dit verzoek af en handhaafde dit na bezwaar. Het Gerechtshof Amsterdam verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
In cassatie betoogde belanghebbende dat het Hof ten onrechte geen rekening had gehouden met de inkoopcommissie bij de vaststelling van de douanewaarde. Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de goederen daadwerkelijk voor een lagere prijs waren gekocht dan op de factuur vermeld stond, omdat de vermeende inkoopcommissie via de leverancier aan een derde was betaald.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof niet buiten de rechtsstrijd was getreden en dat het oordeel over het ontbreken van een aannemelijke overeenkomst tussen Overland en de derde voldoende was gemotiveerd. Ook was het oordeel in lijn met de bepalingen van het Communautair Douanewetboek dat bepaalde kosten, zoals inkoopcommissies, niet tot de douanewaarde hoeven te worden gerekend.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot terugbetaling van douanerechten wordt afgewezen.